Tag leermoment
Testen: Een filosofisch retrospectief
Eerst programmeren de programmeurs, dan testen de testers: het komt niet vaak voor dat zo’n voor de hand liggend idee zoveel misvattingen herbergt. Welk aannames liggen ten grondslag aan dat idee? En wat gebeurt er wanneer we die aannames kritisch tegen het licht houden?
Over de boekenclub
Voor de vuist weg heb ik eens geroepen: “We zouden eigenlijk elke nieuwe werknemer een boek mee moeten geven als ‘ie begint. Met als (impliciete?) boodschap: we verwachten dat je dit leest. We verwachten dat je tijd vrijmaakt voor zelfstudie.” – Erop terugkijkend, was dat het prille begin van de boekenclub die ik maanden later oprichtte.
Een kleine stap voor de code...
Toen een collega van me laatst vastliep op het omschrijven van wat authenticatielogica, sprong ik graag bij. Ik wist immers wat de juiste weg voorwaarts was: heel veel heel kleine stapjes. Maar zo simpel bleek het toch niet te zijn…
Waar zit de fout?
Mijn collega bracht een argument in dat vaak wordt genoemd als ik mensen vertel over testen via de voordeur: maar door de code direct aan te roepen, geven mijn tests onmiddellijk feedback over waar de fout zit. Als deze tests beginnen te falen, dan weet ik zeker dat daar de fout zit. En dat scheelt tijd in het debuggen van de code. – Maar dat laat de volgende vraag onverlet: is een unittest (waarbij “unit” wordt opgevat als “eenheid van code”) het beste middel om erachter te komen waar de fout zit?
De wet van Postel
Het is niet de verantwoordelijkheid van de aanroepende partij om de input van een functie te schiften opdat er valide waarden worden meegegeven. Een functie moet zo eerlijk mogelijk zijn in wat het accepteert – maar daar waar er speelruimte bestaat is het de verantwoordelijkheid van de functie zelf om de inputs te valideren.
Grote refactorslagen ondermijnen vertrouwen
Wat een stakeholder betreft is een grote refactorslag een enorme kostenpost zonder aantoonbaar resultaat. Een team dat erop staat niet verder te kunnen werken zonder eerst een hele tijd heel veel geld uit te geven – nota bene zonder daar iets voor terug te geven! –, ondermijnt het vertrouwen dat de stakeholder hen daarmee geeft.
Imperatieve Options?
Ik gebruik Options graag, ze voorkomen een hoop foutmeldingen. Maar, belangrijker nog, ze maken mijn code expressiever en eleganter. Of liever: ze hebben de potentie dat te doen. Laatst kwam ik tijdens een codereview een functie tegen, waarop mijn primaire reactie was: dit moet anders. – Maar waarom?
Een oudergesprek
Onlangs mocht ik op mijn oude universiteit jonge studenten (en hun ouders) geruststellen: het is goed mogelijk een leuke en uitdagende baan te bemachtigen met een studie filosofie. Na afloop had ik een leuk gesprek met een Steve Jobs-lookalike – een vader, geen student –, die me vertelde dat ook hij overwoog om te leren programmeren. Hij zei wat iedereen zegt die overweegt te leren programmeren: “Ik heb het altijd leuk gevonden om dingen uit elkaar te halen om te kijken hoe ze werken.” – En ik besefte me opeens: ik heb dat totaal niet.
YAGNI veronderstelt tests
Er zijn twee soorten ontwikkelaars: ontwikkelaars die roepen: “You ain’t gonna need it”, en ontwikkelaars die mompelen: “Ja ja, dat roep je wel, maar ik bouw het voor de zekerheid toch maar in.” Ik behoor tot het eerste kamp; enkele van mijn collega’s tot het tweede. – Maar waarom?
Callback hell
In mijn werk als C#-ontwikkelaar maak ik veelvuldig gebruik van functionele programmeerconcepten. Als een functie me een object T
teruggeeft of niet, dan codeer ik dat netjes in de signatuur van die functie door een Option<T>
terug te geven. Dat dwingt de aanroepende partij om beide scenario’s expliciet af te handelen. Hartstikke handig! – Maar: niet zonder zijn eigen set problemen. Want wat gebeurt er als je meerdere functies achter elkaar aanroept die allemaal een Option<T>
teruggeven? Dan komen we terecht in wat men callback hell noemt.